28-01-18

Hardleerse linksen


De saga van de teruggestuurde Soedanezen


Vragen die nooit werden gesteld en dus niet werden beantwoord


De politieke storm rond het verhaal van de teruggestuurde Soedanese illegalen is min of meer gaan liggen. Het was hoog tijd want die zogenaamde humanitaire crisis die wekenlang nummer een op de politieke hitparade bleef (vooral dankzij de hysterie die ze in de politiek correcte kringen en dito media had veroorzaakt) is op niets uitgedraaid tenzij op gebakken lucht en op een gestegen populariteit van staatssecretaris Theo Francken (ze zijn bijzonder hardleers in het linkse kamp want ze hebben blijkbaar nog steeds niet begrepen dat de opvallende sterke groei die het VB destijds heeft mogen mee maken, voornamelijk aan hun nooit aflatende hetze was te wijten en ze vervallen dus in dezelfde fout). Merkwaardig is wel dat ondanks de massale persaandacht die de zaak heeft gekregen bepaalde vrij essentiële vragen nooit werden gesteld.
 

Vragen over de uitvoering van het terugstuurbeleid:

Francken kreeg heel wat verwijten naar het hoofd geslingerd, omdat hij het gewaagd had hulp te vragen aan de politie van het dictatoriaal regime van Soedan om tot de identificatie van illegalen over te gaan Die identificatie is noodzakelijk omdat je illegalen alleen maar naar hun land van oorsprong mag terugsturen en dus is de hulp van de plaatselijke overheid daartoe nodig. De meeste vluchtelingen komen echter uit landen waar men van democratie geen kaas heeft gegeten. Mag men dan met geen enkel hiervan contact onderhouden? Dat zou betekenen dat elke vluchteling die weigert zich te identificeren automatisch de nodige erkenning krijgt. Of bestaat er een soort gradatieschaal met betrekking tot het niet toepassen van de rechten van de mens en mag er enkel samengewerkt worden met landen die hierop een bepaald cijfer nog niet overschreden hebben?


Vragen over het merkwaardige gedrag van die vluchtelingen.

Er werd ons in geuren en kleuren verteld wat hen op het ogenblik van hun aankomst in Khartoem te wachten stond en dat ze er onder meer folteringen zouden moeten ondergaan. Er mag verondersteld worden dat die vluchtelingen dat beter dan wie ook zouden geweten hebben. Hoe is het dan te verklaren dat ze nog liever naar hun land terug gevlogen worden dan bij ons een aanvraag in te dienen om als vluchteling te worden erkend en dus hier te mogen blijven? 


Over de merkwaardige manier van doen van de Soedanese politiediensten

Die, zo vertelt men ons, teruggestuurde vluchtelingen bij hun aankomst in Khartoem aanhouden en mishandelen omdat ze naar het buitenland zijn getrokken en ze daarna doodleuk opnieuw laten vetrekken. We hebben immers moeten vernemen dat in het onderzoek dat gevoerd wordt naar die folteringen, enkelen niet meer kunnen gehoord worden omdat ze ondertussen al opnieuw naar Europa op weg zijn en waarschijnlijk ergens in Libië zitten.

Omtrent de obscure NGO die het vuur aan de lont stak door mee te delen

dat de door Francken teruggestuurde Soedanezen bij hun aankomst mishandeld werden zoals was voorspeld door een aantal linkse clubjes die voor open grenzen ijveren. Het gaat om het Tahrir Institutue for Middle East Policy waarvan een grote meerderheid van de Vlamingen tot voor kort nooit iets had gehoord. Het beweert van zichzelf dat het de democratisering van de politieke situatie in het Midden-Oosten op de voet volgt om de VS en de internationale grootmachten deskundig te adviseren maar ook dat het in eerste instantie in het betrokken gebied het democratiseringsproces een handje wil toesteken. Zouden we mogen weten hoe het die taak aanpakt zonder over een vaste stek in de regio te beschikken? Voor zover wij weten, beschikt het “ Institute’ slechts over twee kantoren: een in Washington en een in het midden van de Europese wijk van Brussel (Wetstraat 155). Dit is dan het Europees hoofdkwartier van deze instelling. De Standaard beschrijft het als volgt “ het is klein en sober. Het snoer van de leeslamp ligt opgerold op het bureau alsof het nooit in een stopcontact heeft gezeten. De boekenkast is vrijwel leeg”. Is het overdreven zich af te vragen of dit kantoor een andere functie heeft dan die van postbus?

Volgens Koert Lebeuf (we komen later op hem terug) die in dat kantoor de functie van directeur bekleedt (met verder nog één medewerker) werd het “Institute” opgericht door democraten uit het Midden-Oosten die hun land willen hervormen. Is het overdreven nieuwsgierig om te willen vernemen wie ze zijn en vooral hoe ze dit doel vanuit een quasi leeg kantoortje in de EU hoofdstad en een ander in die van de VS denken te bereiken?

Het zouden ook democraten uit het Midden-Oosten

zijn die voor de financiering van de instelling zorgen. Ze willen, naar verluidt, anoniem blijven, maar dit land beleefde gedurende enkele weken een politieke crisis die uitgelokt werd door een instelling die met hun geld in leven wordt gehouden: het ligt dan toch voor de hand dat wat meer over hen te weten willen komen?  Who pays the piper calls the tune.

Koert Debeuf

Directeur van het “Instititue’, studeerde geschiedenis van de oudheid aan de UG en begon zijn politieke carrière bij de christendemocraten. Hij stapte over naar de liberalen en toen Verhofstadt premier was geworden werd hij een van zijn naaste kabinetsmedewerkers. Hij schreef onder meer de toespraken van de Eerste Minister. Toen die fractieleider werd in het Europees parlement was Debeuf zijn kabinetschef. In 2011 werd hij aangesteld tot afgevaardigde van Verhofstadt in het Midden-Oosten en ging hij in Caïro wonen. Omdat niemand ooit gehoord heeft dat Europese politieke fracties een soort eigen ambassadeur in een ander werelddeel konden aanstellen, zou het wel interessant zijn te vernemen hoe dit gefinancierd werd?

Wat hier ook van zij, toen Lebeuf in 2016 terugkwam, ging hij aan de slag  bij het “Tahrir Institute for Middle East Policy”. In de adviesraad van dit laatste waarvan de ledenlijst bij uitzondering niet anoniem is, vinden we de naam van Marietje Schaake, lid van de Europese liberale fractie en dus een nieuwe schakel tussen deze laatste en Lebeuf. Is het in die omstandigheden zo vreemd dat sommigen zich afvragen of de verspreiding van zijn “rapporten” over de behandeling die de teruggestuurde Soedanezen bij hun aankomst in Khartoem te beurt viel, niet bedoeld was om de reputatie te bezoedelen van iemand die door een aantal liberalen ongetwijfeld als een zeer gevaarlijke concurrent wordt beschouwd?

En dan zijn er tenslotte de verklaringen van die gerepatrieerde zelf. Lebeuf verklaart dat hij ze gevonden heeft dankzij een Soedanese kennis met wie hij destijds in Cairo al contact had, maar die nu in Brussel woont. Hijzelf is niet naar Soedan getrokken om ze te ontmoeten.  Hij beweert dat hij met twee onder hen gesproken heeft. Hoe? Waar? Wanneer?

De vraag der vragen blijft echter hoe het komt dat onze media niet opgemerkt hebben dat gans het verhaal van Lebeuf met haken en ogen aan mekaar hangt? 

 

Francis Van den Eynde

bron : KNOOPPUNT DELTA VZW,
Koningin Astridlaan 138 Bus 405
2800 Mechelen
Http://www.Knooppuntdelta.be

 

 

De commentaren zijn gesloten.